In de peiling: 50PLUS zakt iets terug

Gepubliceerd: 28-02-2017

  • Nog steeds gaatje PVV en VVD met overige partijen
  • Opkomstbereidheid lijkt hoog, vergelijkbaar aandeel zwevers als in 2012
  • Op rechts veel ‘zekere’ kiezers, bij D66, GL, PvdD en 50PLUS veel zwevers
Zetelpeiling: drie ‘nek-aan-nek’ groepjes
In de nieuwste zetelpeiling blijven de verhoudingen ten opzichte van de vorige meting grotendeels intact. De PVV en VVD kruipen nóg verder naar elkaar toe: de PVV haalt 17,8% (omgerekend 28 zetels), de VVD volgt met 17,3% (omgerekend 27 zetels). Echter: achter de PVV en VVD zien we een kleine breuk in de achtervolgende groep van middelgrote partijen. D66 staat op 19 virtuele zetels, het CDA op 17. Dan valt er een gaatje: GroenLinks staat nu op 13 virtuele zetels, nagenoeg gelijk aan de SP (13) en PvdA (12).

50PLUS lijkt schade te hebben ondervonden van de consternatie rondom de betaalbaarheid van het verlagen van de AOW-leeftijd en zakt naar 6 zetels. Dit reflecteert zich in een forse daling van het gemiddelde rapportcijfer van Krol: van een 4,6 vorige week naar een 4,0 nu.

Bij de kleinere partijen zien we dat de ChristenUnie op gelijke hoogte met 50PLUS staat, dat de Partij voor de Dieren nu op 4 zetels zou mogen rekenen en de SGP op 3. DENK[1] staat nu (nipt) op twee virtuele zetels. Forum voor Democratie balanceert rond de zetelgrens. VNL en de Piratenpartij komen momenteel te kort voor een zetel. Datzelfde geldt voor Nieuwe Wegen, GeenPeil, de Burger Beweging, de Partij voor niet-stemmers en de Ondernemerspartij.
 
1 | Virtuele zetelverdeling week 9 2017: nek-aan-nek PVV en VVD, licht verlies 50PLUS & GroenLinks. 
Zetelpeiling-28feb.JPG     
2 | Virtuele zetelverdeling week 9 2017
  TK 2012   25 feb ‘16 1 april ‘16 2 juni 16 19 sept ‘16 5 dec ‘16 22 dec ‘16 17 jan ‘17 31 jan
‘17
13 feb ‘17 20 feb ‘17 28 feb ‘17
VVD 41   25 25 22 25 25 23 29 22 24 25 27
PvdA 38 11 10 12 9 7 11 12 10 11 11 12
PVV 15 32 35 36 29 35 36 30 35 27 28 28
SP 15 19 16 18 18 15 13 13 14 11 11 13
CDA 13 16 15 15 14 17 13 16 16 18 18 17
D66 12 17 18 18 18 17 13 15 15 18 19 19
ChristenUnie 5 7 8 7 7 7 8 6 6 6 6 6
GroenLinks 4 11 10 9 13 11 13 14 15 16 16 13
SGP 3 4 4 3 4 4 3 3 3 3 3 3
50PLUS 2 4 4 6 7 10 13 9 10 9 9 6
PvdD 2 4 5 3 3 2 4 3 3 5 3 4
DENK - - - 0 0 0 0 0 1 1 1 2
FvD - - - - - 0 0 0 0 1 0 0
Piratenpartij 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0
VNL 0 0 0 1 1 0 0 0 0 0 0 0
Bron: Kantar Public (TNS Nipo), 2017
 
Opkomstbereidheid lijkt hoog, aandeel zwevers vergelijkbaar met 2012.
Het is, nu de verkiezingen snel naderen, interessant om te vergelijken met 2010 en 2012. Ten eerste: de opkomstintentie. Deze lijkt deze verkiezingen hoog – 2 weken voor de verkiezingen geeft 68% aan ‘zeker wel’ te gaan stemmen. In 2010 en 2012 (toen uiteindelijk rond de 75% ging stemmen) lag de opkomstintentie rond dezelfde periode lager.

Het aandeel zwevende kiezers is hoog. Slechts 40% van de ondervraagden met een partijvoorkeur (omgerekend: 30% van het electoraat) zegt ‘zeker’ van zijn keuze te zijn (95-100% kans dat men op deze partij gaat stemmen). Dat is vergelijkbaar met de situatie in 2012. Uitgaande van een opkomst van rond de 75% kunnen we dus over alle kiezers zeggen dat circa 45% - driekwart van deze 60% - van degenen die daadwerkelijk gaan stemmen het nog niet weet
3 | Opkomstbereidheid lijkt hoog, aandeel zwevers lijkt vergelijkbaar met 2012
Gaat u stemmen op
15 maart aanstaande?
(Basis: alle ondervraagden, n=1.719)
2010
 (%)
2012
 (%)
2017
(%
)
Hoe zeker is het dat u op deze partij stemt?  
(Basis: kiezers met voorkeur voor een bepaalde partij, n= 1.284)
2010
(80% heeft voorkeur)
2012
(77% heeft voorkeur)
2017
(75% heeft voorkeur)
  2 weken voor de verkiezingen   2 weken voor de
verkiezingen
Zeker wel 62 65 68   % % %
Waarschijnlijk wel 22 20 18 Zeker (95-100%) 46 41 40
Waarschijnlijk niet 5 6 5 Zeer waarschijnlijk (75-95%) 35 38 39
Zeker niet 10 7 7 Waarschijnlijk (50-75%) 14 15 14
Weet niet/
geen mening
1 2 3 Kan nog alle kanten op (1-50%) 4 6 7
Bron: Kantar Public (TNS Nipo), 2017

Vooral ‘zekere’ kiezers bij PVV en VVD, veel progressieve ‘zwevers’
Ook op dit vlak geven PVV en VVD elkaar geen duimbreed toe. Kiezers van deze beide partijen zijn
(op SGP-kiezers na) het meest ‘geland’: respectievelijk 55% en 53% zegt zeker te zijn van zijn of
haar keuze. Anders gesteld: in totaal 5% van alle ondervraagden[2] geeft op een schaal van 0 (geen
enkele stem) tot 10 (alle stemmen) het volledige aantal punten (10) aan de PVV en 4% geeft alle
punten aan de VVD.

Kiezers van de ChristenUnie, PvdA, CDA en SP nemen een tussenpositie in (tussen 35% en 42%
‘zeker’). Het minst ‘geland’ zijn kiezers van GroenLinks en 50PLUS (24% zeker) en D66 en Partij voor
de Dieren (29% zeker).
 
Vooral de concurrentie tussen D66 en GroenLinks – ‘overall’ de favoriete tweede keuze - lijkt hevig.
Ruim een derde van de D66-kiezers geeft (op een schaal van 0-10) ook punten aan GroenLinks.
Omgekeerd geldt dat vier op de tien GroenLinks-kiezers punten geven aan zowel D66 als de
PvdA. Een even groot aandeel PvdA-kiezers geeft ook punten aan GroenLinks.
 
‘Spreekt me nu meer aan, maar is niet goed onderbouwd... dus ik ben meer een zwevende kiezer’ (stemde in 2012 D66, zou nu GroenLinks stemmen)

‘Partijprogramma gelezen, en naar een bijeenkomst van Jesse Klaver geweest. Zeer inspirerend’ (stemde in 2012 D66, zou nu GroenLinks stemmen)

‘Opstelling Klaver stemt me toch tot nadenken. Pechtold vind ik meer statuur hebben’ (stemde in 2012 PvdA, wilde vorige week GroenLinks stemmen, zou nu D66 stemmen)

 ‘Omdat het nog alle kanten op kan gaan’ (stemde in 2012 niet, wilde vorige week GroenLinks stemmen, zou nu PvdD stemmen)

‘Toen heb ik gestemd op de PvdA omdat Samsom van mij mocht laten zien wat ie kon bereiken. Dat is niet goed uitgepakt. Nu wilde ik datzelfde doen met Klaver, maar twijfel nu weer. Nu maar proberen uit te zoeken welke partij het goed voor heeft met de 65-plussers. Maar zeker niet 50+’ (stemde in 2012 PvdA, wilde vorige week GroenLinks stemmen, zweeft nu weer)

‘Ik vind het sterke verbond met SP dat Klaver uitdraagt maar niks’ (stemde in 2012 PvdA, wilde vorige week GroenLinks stemmen, zou nu PvdA stemmen)

Ik twijfel tussen D66 en GroenLinks :-)’ (stemde in 2012 SP, wilde vorige week GroenLinks stemmen, zou nu D66 stemmen)
 
Het potentiële verkeer tussen D66 en PvdA is op haar beurt weer minder groot dan de aantrekkingskracht van vooral D66 op VVD-kiezers – maar liefst 27% van de VVD-kiezers heeft D66
als tweede favoriete keuze. Dat is een aanzienlijk hoger aandeel dan VVD-kiezers die de PVV
overwegen (10%). In defensief opzicht heeft het er dus alle schijn van dat de VVD er verstandig aan
doet om Pechtold (en ook Buma - 19% van de VVD-kiezers heeft CDA als favoriete tweede keuze) via
de achteruitkijkspiegel in het vizier te houden.
 
50PLUS loopt enige schade op. Dat vertaalt zich duidelijk in de toelichting van kiezers:

‘Ik heb Henk Krol gezien in debat met Asscher, en hij kwam onwaarschijnlijk over’ (stemde PvdA, wilde vorige week 50PLUS stemmen, zou nu PVV stemmen)

‘Trubbels met Henk Krol’ (stemde in 2012 PVV, wilde vorige week 50PLUS stemmen, zou nu SP stemmen)

 ‘De uitleg v/h partijprogramma v/d 50PLUS vind ik onduidelijk’ (stemde in 2012 SP, wilde vorige week 50PLUS stemmen, zou nu weer SP stemmen)

‘Rare dingen worden beloofd en weer ingetrokken, ze lopen zichzelf voorbij’ (stemde in 2012 niet, wilde vorige week 50PLUS stemmen, weet het nu weer niet)

‘Ik snap het niet met die AOW en vind Marianne Thieme wel goed kritisch’ (stemde in 2012 niet, wilde vorige week 50PLUS stemmen, zou nu PvdD stemmen)
 
Pechtold, Klaver, Rutte, Segers, Buma, Asscher schommelen allen rond de 5,5
Nog altijd zorgt geen enkele lijsttrekker voor ruim gedeelde warme gevoelens. Ook Jesse Klaver lijkt
geen uitzondering op deze regel (meer) te zijn. Scoorde hij lange tijd om en nabij de zes of zelfs
hoger, nu krijgt hij een 5,6 (net als Rutte en Segers). Vorige week was dat nog een 5,9. Alexander
Pechtold (5,7) scoort nu (nipt aan) het hoogst van alle partijleiders. Ook Buma (5,5) en Asscher
(5,4) blijven niet ver achter. Geert Wilders scoort een 3,9 – aanmerkelijk lager dan medio januari
(4,6). Wel blijft hij het hoogste aantal ‘fans’ houden (2% geeft hem een 10).

Wat de ‘meest geschikte’ premier van de Nederlanders betreft loopt Rutte uit (vorige week 22%, nu
26%), gevolgd door Pechtold (vorige week 12%, nu 14%). Wilders (11%), Buma (9%), Asscher
(7%), Roemer (5%) en Klaver (4%) completeren het lijstje. Krol scoort lager dan een procent.
 
Onderzoeksnummer: D0542
Het onderzoek is uitgevoerd middels de CAWI-methode (online). De steekproef is getrokken in TNS NIPObase. Aan het onderzoek werkten in totaal 1.719 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee (bruto steekproef: n=2.205, totale respons: 78%). Veldwerkperiode: 22 t/m 26 februari 2017. Het leeuwendeel van het veldwerk (circa 95%) vond plaats vóór aanvang van het RTL Lijsttrekkersdebat met Pechtold, Buma, Klaver, Asscher en Roemer.

De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, Nielsen-regio, gezinsgrootte, etniciteit (Nederlanders met een autochtone respectievelijk migrantenafkomst) en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012.

De resultaten zijn herwogen op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012 en etniciteit (‘autochtonen’ versus ‘mensen met een niet-westerse migratieafkomst).
 
We benadrukken dat we in deze peiling met steekproefmarges te maken hebben. Voor de grootste partij in de peiling (PVV, met 17,8%) komt dit overeen met (maximaal!) zo’n twee zetels hoger of lager. Het verschil met de tweede partij (VVD, met 17,3%) is op dit moment niet statistisch significant. Ook de verschillen tussen enerzijds D66 en CDA en anderzijds GroenLinks, SP en PvdA vallen binnen de steekproefmarges.
 
Kantar Public werkt sinds de afgelopen meting met een zogeheten ‘rolling panel’: deelnemers aan het huidige onderzoek zullen opnieuw worden uitgenodigd voor vervolgonderzoeken. Dit betekent dat de steekproef wekelijks voor circa een derde wordt ververst. Het voordeel van deze methode is dat veranderingen over langere tijd gezien met een kleinere steekproefmarge dan hierboven geschetst te kampen hebben.
 
Bij publicatie of verspreiding graag de bron: Kantar Public (voorheen: TNS NIPO) vermelden.
De volgende peiling verschijnt op woensdag 8 maart, de slotpeiling op dinsdag 14 maart.
 

[1] De voornaamste potentiële kiezersgroep van DENK (niet-westerse allochtonen) is doorgaans ondervertegenwoordigd in ‘reguliere’ steekproeven (ook de onze). Sinds eind januari wordt, om de invloed van deze groep op de zetelverdeling beter mee te nemen, deze groep naar rato meegenomen - met als resultaat dat DENK nu 1,5% haalt (omgerekend nipt twee zetels).

[2] Dus inclusief niet-stemmers en ‘weet niet’ (n=1574).
 
Voor meer informatie kunt u terecht bij:
 
Tim de Beer
t. 020 5225 399 / 06 – 39231175;
e. tim.de.beer@kantarpublic.com
twitter @timdebeer79


Koen de Groot
t. 020 522 55 26
e. koen.de.groot@kantarpublic.com
twitter: @Koen_deGroot